Coronacrisis: Commerciële Contracten

Waar de door de overheid genomen maatregelen om de huidige Corona crisis te bezweren hebben geleid tot een stilstand van het openbare leven en economie, zoeken ondernemers dezer dagen vertwijfeld naar de mogelijkheden om tot uitstel of opschorting van hun verplichtingen onder de door hen gesloten contracten te komen (of om daar juist nakoming van te eisen). Soms staan die mogelijkheden expliciet genoemd in het contract, maar vaak ook niet. In het onderstaande worden de juridische mogelijkheden kort besproken.

Schadevergoeding (6:74 BW)

Uitgangspunt bij het sluiten van een overeenkomst is vanzelfsprekend dat de daar uit voortvloeiende verbintenissen (de verplichtingen van partijen) worden nagekomen door partijen. Bij het toerekenbaar niet nakomen van een verbintenis uit overeenkomst door een partij kan de andere partij aanspraak maken op schadevergoeding (art. 6:74 BW). Bij overmacht is schadevergoeding echter niet aan de orde. Maar wanneer is er sprake van overmacht?

Wettelijke Overmacht (art. 6:75 BW)

Er is sprake van overmacht in de zin van de wet als het niet nakomen van een verbintenis uit overeenkomst niet kan worden toegerekend aan de partij die diende te presteren. Dat is bijvoorbeeld het geval als het evenement moet worden geannuleerd in verband met de huidige door de overheid afgekondigde maatregelen.

De overmacht moet wel zien op de directe hoofdverplichting uit de overeenkomst zelf. Díe moet niet kunnen worden uitgevoerd en er moet niet ook een redelijke alternatieve wijze van nakoming bestaan. Een betalingsverplichting bijvoorbeeld de verschuldigde huur voor een gehuurde bedrijfsruimte zal in het normale geval wel kunnen worden nagekomen en valt dan ook niet zonder meer onder overmacht.

Als de nakoming van de verplichting uit overeenkomst niet wordt verhinderd, maar indien een partij er om een andere reden voor kiest om zijn verplichtingen niet na te komen bijvoorbeeld het sluiten van de winkel omdat er geen klanten meer komen levert dat niet direct overmacht op. Maar indien de sluiting is ingegeven door het feit dat er geen bevoorrading meer kan plaatsvinden als gevolg van een overheidsmaatregel of omdat de geleverde diensten fysiek contact vereisen, kan dat wel weer wettelijke overmacht opleveren.

Contractuele Overmacht

De wettelijke overmacht zoals hierboven beschreven wordt gezien als gunstiger voor schuldeisers dan voor schuldenaren. De advocaat die optreedt voor een schuldenaar zal dan ook in het normale geval proberen om met de wederpartij een bredere overmachtsclausule overeen te komen. Dat is ook toegestaan nu artikel 6:75 BW van regelend recht is. Als partijen inderdaad een contractuele overmachtsclausule hebben opgenomen in de overeenkomst, moet van geval tot geval worden nagegaan of de huidige crisis en de geldende specifieke omstandigheden als overmacht kunnen worden aangemerkt en wat daar dan de contractuele gevolgen zijn.

Onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW)

Als er sprake is van overmacht bijvoorbeeld door het inreisverbod zodat van een partij de nakoming van haar verplichtingen niet kan worden gevergd en ontbinding van de overeenkomst geen goede oplossing is, dan kan die partij een beroep doen op onvoorziene omstandigheden. De rechter kan een overeenkomst wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden die zodanig zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag worden verwacht. De rechter is over het algemeen terughoudend met het aannemen van onvoorziene omstandigheden. Zo zal een economische crisis in zijn algemeenheid niet vallen onder onvoorziene omstandigheden, maar veeleer als een gewoon ondernemersrisico worden gekwalificeerd waarvan de benadeelde partij gewoon de gevolgen dient te dragen. Het coronavirus en de gevolgen daarvan zijn echter van een andere orde, en kunnen wel zeker gekwalificeerd worden als onvoorzien en kunnen wel aanleiding geven tot het gerechtvaardigde verzoek aan de wederpartij om tot een aanpassing van de overeenkomst te komen, al dan niet onder leiding van de rechter.

Bedenk wel dat een beroep op onvoorziene omstandigheden of het intreden daarvan niet automatisch betekent dat de schuldenaar ontslagen is uit zijn nakomingsverplichtingen. De gewone nakoming van de overeengekomen verplichtingen blijft gehandhaafd en zonder wijziging van de overeenkomst zal bij niet-nakoming de schuldenaar in verzuim komen te verkeren en schadeplichtig ex artikel 6:74 BW worden.

Ontbinding van overeenkomsten (art. 6:265 BW)

Het niet nakomen van een hoofdverplichting uit een overeenkomst geeft de andere partij in principe het recht om de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden. Het maakt daarbij ook geen verschil of de niet-nakoming kan worden toegerekend aan de wederpartij of niet. Dat er eventueel sprake is van overmacht is daarbij niet van belang.

In geval de niet-nakoming van een verplichting uit overeenkomst een bijzondere reden of geringe betekenis heeft, zal de ontbinding van die overeenkomst niet kunnen slagen als de gevolgen daarvan niet te rechtvaardigen zijn.

Kortom, de situatie is niet eenvoudig, maar wellicht liggen er juridische oplossingen voor uw probleem in het verschiet. Wij hebben een speciale coronadesk geopend en helpen u graag met het bepalen van uw positie. U kunt contact opnemen met Harro Schulz, Jurjen de Korte of Geert Wilts via 020-6060680, of schulz@vosdk.nl(06-29531743), dekorte@vosdk.nl( 06-43922181 of wilts@vosdk.nl (06-13803049).


Mr H.F.K. Schulz, advocaat en partner bij Van Oosten Schulz De Korte Advocaten - Amsterdam, 2 april 2020